Foto van jonge man op straat die zijn tablet leest
De vakbond die verschil maakt
Betrokken en verantwoordelijk voor een maatschappelijke bijdrage
Pensioenakkoord goed voor jong en oud

Vraag en antwoord over het pensioenakkoord tussen bonden, werkgevers en kabinet

Waarom is het CNV vóór dit pensioenakkoord?
Het CNV is positief gestemd over dit akkoord omdat het betere afspraken bevat dan in november vorig jaar en beter en toekomstbestendiger is in vergelijking met het huidige pensioenstelsel.

  • De AOW-leeftijd wordt tot eind 2021 bevroren op 66 jaar en 4 maanden en gaat daarna minder snel stijgen. Dat is goed voor alle werknemers, jong en oud. Want de stijging is de afgelopen jaren te snel gegaan.
  • Eerder stoppen met werken is straks weer mogelijk en betaalbaar, maximaal 3 jaar voorafgaand aan de AOW-datum. Want werkgevers en vakbonden kunnen afspraken in de cao maken dat een werkgever meebetaalt aan eerder stoppen met werken zonder dat hij daarvoor een extra belastingaanslag krijgt.
  • De dreiging van kortingen op de pensioenuitkering is verminderd. Het nieuwe pensioenakkoord biedt nieuwe, betere spelregels. Dat is goed voor gepensioneerden en werkenden. Ook is dat goed voor het vertrouwen in het pensioenstelsel.
  • Pensioenfondsen kunnen met dit pensioenakkoord eerder indexeren. De pensioenen kunnen dus weer meebewegen met het prijspeil van de boodschappen. Dat kon de afgelopen jaren niet of veel te weinig. Dat is goed voor gepensioneerden en voor werkenden.
  • Jongeren bouwen straks meer pensioen op. De zogenaamde doorsnee-opbouw wordt afgeschaft. Dat is eerlijker. Zeker als jongeren in het begin van hun loopbaan fulltime werken en later minder uren werken of voor zichzelf beginnen.
  • Werknemers ouder dan 35 moeten dan wel worden gecompenseerd in pensioenopbouw, omdat zij straks minder opbouwen. In het akkoord is vastgelegd dat die compensatie goed geregeld moet zijn voordat het afschaffen van de doorsnee-opbouw in de wet komt.
  • Het nieuwe pensioenstelsel maakt het nog steeds mogelijk risico’s met elkaar te delen. De kracht van collectief beleggen blijft daardoor bijvoorbeeld behouden.


In november 2018 zijn de onderhandelingen met het kabinet en werkgevers spaak gelopen omdat de vakbonden het bod van kabinet en werkgevers te mager vonden. Waarom is er nu wel een akkoord?
Het kabinet is ons tegemoet gekomen. We hebben samen met onze leden afgelopen maanden massaal actiegevoerd. Dat heeft resultaat gehad:

  • Er is nu een harde afspraak gemaakt om een einde te maken aan de onverantwoorde stijging van de AOW-leeftijd. In november 2018 was het kabinet slechts bereid om een onderzoek te beloven. We hebben als vakbonden bedongen dat de AOW-leeftijd met 8 maanden stijgt en niet met 12 maanden als de levensverwachting met een jaar toeneemt.
  • Er is nu een harde afspraak om vervroegd uittreden weer haalbaar en betaalbaar te maken, maximaal 3 jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd. Vanuit de overheid is hiervoor 800 miljoen euro beschikbaar gesteld in de aankomende jaren. In november vorig jaar was het kabinet daartoe niet bereid. De mogelijkheid om sector- of bedrijfsafspraken te maken over eerder stoppen met werken zijn een grote verbetering in vergelijking met november 2018.
  • Er is nu een betere waarborg dat niemand er op achteruit mag gaan door de overgang naar een nieuw stelsel. Bonden, werkgevers en kabinet moeten het eens zijn vóórdat de wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Dat betekent dat de wens van het kabinet om de doorsneeopbouw af te schaffen alleen doorgaat als er adequate compensatie komt voor de mensen die daardoor worden getroffen. Deze waarborg wilde het kabinet in november 2018 niet bieden.
  • Er is nu gewaarborgd dat het collectieve karakter van het pensioenstelsel blijft behouden, waardoor we risico’s kunnen blijven delen.

Hoe zit het met de AOW-leeftijd? Wat betekent dat voor mij?
De AOW-leeftijd stijgt de komende jaren eerst niet en daarna minder snel. In 2019, 2020 en 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Daarna gaat deze in 2 stappen omhoog tot 67 jaar in 2024.

Hierdoor kunnen werknemers eerder met pensioen in vergelijk met de huidige afspraken. Zie hieronder het verschil:

nieuw  pensioenakkoord:   oude pensioenstelsel:

2019     66 jaar 4 maanden  66 jaar en 4 maanden               
2020     66 jaar 4 maanden 66 jaar en 8 maanden
2021     66 jaar 4 maanden 67 jaar
2022     66 jaar 7 maanden  67 jaar en 3 maanden
2023     66 jaar 10 maanden 67 jaar en 3 maanden
2024     67 jaar  67 jaar en 3 maanden
Na 2024 stijgt de AOW-leeftijd met 8 maanden als de levensverwachting met 1 jaar stijgt. Dit was 1 op 1. De stijging van de AOW-leeftijd gaat dus langzamer. En dat is winst voor jonge en oude werknemers, want in 20 jaar tijd gaat de AOW 1 jaar eerder in dan nu. Het overzicht hieronder laat dat zien:

nieuw 1 jaar = 8 maanden                              oud 1 jaar = 1 jaar

2025     67  67 jaar en 3 maanden
2026     67 67 jaar en 6 maanden
2027     67 67 jaar en 6 maanden
2028     67 en 3 maanden 67 jaar en 9 maanden
2029     67 en 3 maanden 67 jaar en 9 maanden
2030     67 en 3 maanden 68 jaar
2031     67 en 6 maanden 68 jaar
2032     67 en 6 maanden 68 jaar en 3 maanden
2033     67 en 6 maanden 68 jaar en 3 maanden
2034     67 en 9 maanden 68 jaar en 6 maanden
2035     67 en 9 maanden 68 jaar en 6 maanden
2036     67 en 9 maanden 68 jaar en 6 maanden
2037     67 en 9 maanden 68 jaar en 9 maanden
2038     68 68 jaar en 9 maanden
2039     68 69 jaar
2040     68 69 jaar

(Bekijk hier de uitgebreide tabel.)

(n.b. de levensverwachting kan de komende jaren nog veranderen en daarmee ook de AOW-leeftijd.)


Kan er sneller worden geïndexeerd?

Pensioenfondsen kunnen de pensioenen eerder indexeren omdat ze geen buffers meer hoeven aan te houden boven de 100% dekkingsgraad. Is er meer pensioenvermogen dan 100%, dan kunnen de opgebouwde pensioenen van werknemers en gepensioneerden worden verhoogd. Nu ligt die grens nog bij 110% of zelfs 130%.

Maar is er minder pensioenvermogen dan 100%, dan worden de pensioenuitkeringen verlaagd. Vakbonden hebben dit geaccepteerd omdat pensioenen gemiddeld meer omhoog dan omlaag gaan, op basis van historische rendementen. En dat is beter dan pensioenen die jarenlang niet omhoog gaan. Want daardoor blijft de koopkracht van gepensioneerden achter. En de pensioenopbouw van werkenden blijft achter bij de loonontwikkeling.

Wanneer gaan we over naar het nieuwe stelsel?
Als de leden van de vakbonden CNV en FNV dit pensioenakkoord goedkeuren, gaat het kabinet zo snel mogelijk een wet indienen bij de Tweede Kamer om ervoor te zorgen dat de AOW-leeftijd wordt bevroren op 66 jaar en 4 maanden. Dat kan dus snel gebeuren. De overige veranderingen in het pensioenstelsel kosten meer tijd. Voor het vormgeven van het nieuwe pensioenstelsel wordt een stuurgroep in het leven geroepen. In de stuurgroep hebben overheid, werkgevers en vakbonden een beslissende stem. Er gaat geen wetgeving naar de Tweede Kamer voordat de vakbonden goedkeuring hebben gegeven op het voorstel. De planning is vervolgens dat het dan twee jaar gaat duren om de goedkeuring van het parlement te krijgen op de wetgeving die nodig is. Met de daadwerkelijke overgang naar het nieuwe stelsel wordt in 2022 begonnen.

Zijn de kortingen op pensioenuitkeringen voorkomen?
De meeste wel. Bij meerdere pensioenfondsen dreigen kortingen omdat hun dekkingsgraad, inclusief verplichte buffers, te laag is. Die kortingen zouden dan in 2020 of 2021 al worden doorgevoerd. Die buffers verdwijnen en de dekkingsgraad is gesteld op 100%.

Zit een pensioenfonds nu tussen de 100% en 104,5%, dan hoeft dit fonds de pensioenen niet te korten. De kortingen op pensioen zijn niet voor alle fondsen te voorkomen, maar zijn wel beperkt.

Eerder kunnen stoppen met werken. Hoe gaat dat straks?
Werkgevers en vakbonden kunnen in cao’s afspraken maken over een regeling voor oudere werknemers om eerder te kunnen stoppen met werken. Hiervoor is ook overheidsgeld beschikbaar, € 800 miljoen in de aankomende jaren. De werkgever hoeft over de eerste € 19.000 (bruto per jaar) aanvulling geen fiscale boete te betalen.

Eerder stoppen volgens de hierboven beschreven afspraak kan maximaal 3 jaar voor AOW-datum.

Is de aanvulling méér of langer, dan moet de werkgever over het meerdere wel boete betalen.

Als je eerder wilt stoppen met werken kun je jouw pensioenuitkering naar voren halen, ook naar een moment dat voor de AOW-leeftijd ligt. En kun je maximaal 100 werkweken (ruim 2 jaar dus) verlof opnemen voorafgaand aan de pensionering. Dat was 50 weken.

Zo ontstaan meer mogelijkheden, zeker voor lagere inkomens, om eerder te kunnen stoppen met werken. Voorwaarde is wel dat dit in de cao is afgesproken met werkgevers.

Welke rekenrente gaat gelden voor de dekkingsgraad?
Dat is nog niet bekend. De zogenoemde Commissie Parameters brengt half juni haar advies uit over de rekenrente voor het huidige (!) pensioenstelsel. De verwachting is dat de rekenrente eerder omlaag dan omhoog gaat, gezien de huidige rentes in de markt. De rekenrente is belangrijk voor de dekkingsgraad van pensioenfondsen.

Tegelijk met het pensioenakkoord is afgesproken dat het mogelijk is om opnieuw naar die rekenrente te kijken. Er liggen nu immers ook andere afspraken in dat nieuwe pensioenakkoord.

Is dit pensioenakkoord goed voor jongeren?
Ja, dit pensioenakkoord is goed voor jongeren. Want door het afschaffen van de doorsnee-opbouw gaan jongeren dezelfde premie betalen als ouderen. Voorheen betaalden jongeren relatief meer en ouderen relatief minder. Dit maakt dat je als jongere deelnemer een grotere (eigen) pot met pensioengeld meeneemt naar een eventueel nieuwe werkgever.

Het loslaten van de lijnrechte 1 op 1-koppeling van AOW aan levensverwachting is ook gunstig voor jongeren. Hun AOW-leeftijd schuift niet langer 1 jaar op als de levensverwachting met 1 jaar stijgt, maar nog maar 8 maanden. Je kunt dus eerder stoppen met werken en gebruik maken van de AOW.

Wat winnen zzp’ers?
Er komt een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. Hiervoor pleiten de vakbonden al langere tijd. Het kan niet zo zijn dat de meerderheid van de één miljoen zzp’ers in dit land onverzekerd is bij arbeidsongeschiktheid.

Een verplichte pensioenopbouw voor zzp’ers is niet gelukt. Dit was wel een nadrukkelijke wens van de bonden. Hiervoor was helaas geen draagvlak bij regering en werkgevers. Wel wordt de mogelijkheid onderzocht om vrijwillige pensioenopbouw voor zzp’ers mogelijk te maken.

Hebben we alles gekregen wat we wilden?
Nee, het blijft een compromis waarbij iedereen – overheid, werkgevers en vakbonden – concessies heeft moeten doen. Tegelijkertijd zijn we zeer tevreden over dit akkoord: de AOW-leeftijd stijgt minder snel, er is snellere indexatie mogelijk en de vakbonden hebben een beslissende stem in het nieuwe pensioenstelsel. Een verplicht pensioen voor zzp’ers komt er niet. Daar staat wel een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers tegenover.

Al met al zijn we zeer tevreden over dit resultaat. We hebben hier hard voor geknokt en we leggen dit ook met vertrouwen en een positief advies aan onze leden voor.

Op welke manier raadpleegt het CNV zijn leden over dit akkoord?
Van 11 t/m 14 juni vindt er een ledenraadpleging plaats. Alle CNV-leden kunnen online hun stem uitbrengen bij hun eigen CNV-bond en aangeven of ze voor of tegen het akkoord zijn. Het CNV adviseert hierin positief.

Daarnaast vinden er volgende week vier ledenbijeenkomsten in het land plaats: Drachten (11 juni), Utrecht (12 juni), Dordrecht (13 juni) en Eindhoven (14 juni). Op al deze bijeenkomsten licht Arend van Wijngaarden, voorzitter van de CNV Vakcentrale, het akkoord toe en beantwoordt hij vragen.

Het Algemeen Bestuur van het CNV neemt na de stemming een definitief besluit over het pensioenakkoord.