Foto van jonge man op straat die zijn tablet leest
De vakbond die verschil maakt
Betrokken en verantwoordelijk voor een maatschappelijke bijdrage
Pensioenakkoord 2019

Veelgestelde vragen over ons nieuwe pensioenstelsel

> Op vrijdag 12 juni lag er de uitwerking van het pensioenakkoord. Hoe zit dit precies?
Dan moeten we even terug naar exact een jaar geleden. In juni 2019 kwam er een pensioenakkoord, na ruim tien jaar onderhandelen en soms massief actievoeren door vakbondsleden. In dat pensioenakkoord moesten echter nog heel veel zaken worden geregeld en uitgewerkt. Vrijdagavond 12 juni 2020 is de uitwerking van het pensioenakkoord, na een intensief onderhandeltraject, afgerond.

> Waarom kwam er in 2019 een pensioenakkoord?
Het huidige pensioenstelsel blijkt al jaren niet meer goed te kunnen voldoen aan de verwachtingen. Geen indexatie, dreiging van kortingen. Ook moest worden voorkomen dat jonge werkenden steeds meer premie zouden moeten betalen. Dat veertigers en vijftigers hun opgebouwde pensioenrechten zien verdampen en dat sommige mensen geen pensioen opbouwen. Verder was het slecht uitlegbaar dat de beleggingsresultaten vaak goed waren, maar dat er geen verhoging kon worden gegeven. Daarom in het nieuwe contract een meer realistische ambitie.

> Waarom duurde de uitwerking van dit nieuwe akkoord een jaar?
Het gaat om complexe materie en om veel geld. Het vergt een zorgvuldige afweging van alle belangen waar ook het CNV het beste resultaat voor de leden uit wilde halen.

> Wat is het politiek vervolg?
Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legt binnenkort – als sociale partners akkoord zijn - de uitkomst van alle besprekingen en beslissingen voor aan de Tweede Kamer. Als ook die akkoord is dan moet in de komende twee jaar de nieuwe Pensioenwet zijn geschreven.

> Merk ik nu al iets van de afspraken?
Ja. Voor aankomend jaar is de dreiging van lagere pensioenuitkering (korten) vanwege de coronacrisis daarmee grotendeels van de baan. Pensioenen worden in 2021 niet gekort als het pensioenfonds in december 2020 de dekkingsgraad boven de 90 procent heeft. Wel is er sprake van korting bij een dekkingsgraad onder de 90 procent en de korting is dan tot 90 procent.

> Wat vindt het CNV van dit uitwerkingsakkoord?
Het CNV is tevreden en vindt dat die eerlijke modernisering van het pensioenstelsel is gelukt met de huidige uitwerking van het akkoord. Het blijft mogelijk om te kiezen voor een nieuwe solidaire premieregeling, waarin collectief risico’s worden gedeeld, pech en geluk generaties voorkomen kunnen worden, verplichtstelling mogelijk blijft, pensioenen eerder en meer omhoog kunnen gaan, pensioenen uitlegbaar zijn en beter passen bij de veranderingen op de arbeidsmarkt. Op een aantal punten is er ook nog huiswerk te doen. Als het gaat om keuzes maken over de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en adequate compensatie. Ook de aankomende jaren zal nog hard gewerkt moeten worden om naar het nieuwe pensioenstelsel te komen.

> Hoe ziet het uitwerkingsakkoord er verder uit?
In de uitwerking van het pensioenakkoord is onverkort de doelstelling gebleven dat werkenden in 42 jaar tijd een pensioen (AOW+ bedrijfspensioen) moeten kunnen opbouwen dat neerkomt op 80% van het gemiddeld genoten loon tijdens die 42 jaar. Pensioendeelnemers krijgen zelf elk jaar een overzicht van de opbouw van hun pensioen. In het pensioenstelsel komen 2 varianten van de premieregelingen: het nieuwe (solidaire) contract en een verbeterde premieregeling met optionele elementen. Sociale partners gaan kiezen welke van de twee varianten voor het bedrijf/de bedrijfstak gaat gelden.

> Hoe ziet het nieuwe solidaire contract er volgens het uitwerkingsakkoord uit?
Het nieuwe solidaire contract verdeelt meevallers en tegenvallers in beleggingsresultaat evenwichtig over de leeftijdsgroepen. Zogenoemde pech- en gelukgeneraties worden zo veel mogelijk voorkomen. Het effect is dat gepensioneerden vaker dan nu een verhoging van hun pensioenuitkering krijgen. Maar, het tegenovergestelde is ook waar: als het tegen zit daalt het pensioen. Per saldo verwacht het CNV op basis van landelijke berekeningen, dat er in de normale economische situaties de pensioenpot van werkenden en gepensioneerden meer en eerder omhoog gaat, dan omlaag.
Een belangrijk voordeel van het nieuwe solidaire contract is dat het pensioenvermogen in de opbouwfase en uitkeringsfase bij elkaar blijft. Pensioenfondsen hebben hierdoor betere mogelijkheden om als beleggers voor de lange termijn betere rendementen te halen voor hun deelnemers.

> Wat betekent het nieuwe solidaire contract voor de pensioenuitkeringen na 2026?
In de nieuwe situatie blijven de pensioenuitkeringen stabiel. Dat komt door drie afspraken:
1. Naarmate mensen ouder zijn, wegen mee- en tegenvallers minder zwaar mee. Pensioengerechtigden merken hier dus veel minder van dan jongeren. Jonge deelnemers kunnen beter gebruikmaken van een langere beleggingshorizon en daarmee ook beter in staat om schokken op te vangen.
2. Mee- en tegenvallers kunnen in de tijd worden gespreid. Financieel slechte jaren worden hierdoor gecompenseerd door goede jaren.
3. Een pensioenfonds houdt - naast het geld voor de pensioenen - een collectieve solidariteitsreserve aan. In slechte jaren kunnen tegenvallers hiermee worden gedempt.

Omdat de nieuwe solidaire pensioenregeling niet meer met ‘pensioenaanspraken’ werkt, hoeven pensioenfondsen ook niet meer met dekkingsgraden rekening te houden (kan een pensioen nog wel worden uitbetaald?).
Pensioenfondsen blijven de pensioenregelingen collectief uitvoeren en beleggen. De verplichtstelling blijft behouden. Zij houden daarmee de mogelijkheid om efficiënt goede rendementen te halen, binnen acceptabele risico’s. Behoud van de verplichtstelling vond het CNV een belangrijke voorwaarde om akkoord te gaan met de uitwerking.

> Hoe ziet de verbeterde premieregeling er volgens het uitwerkingsakkoord uit?
Vakbonden en werkgevers kunnen  ook kiezen voor een verbeterde premieregeling (WVP+) als pensioenvoorziening. In tegenstelling tot het solidaire contract, kent deze regeling een fundamenteel onderscheid tussen de periode voor pensionering en vanaf pensionering. Voor pensionering gaat het om individuele potjes. Bij pensionering wordt een pensioenuitkering ingekocht bij een pensioenverzekeraar of in een collectieve beleggingsportefeuille. Wel kunnen sociale partners - als zij dat willen -collectief meer risico’s delen dan nu het geval is.

> Hoe gaat de overgang van het oude naar het nieuwe stelsel?
Uiterlijk in 2026 moeten alle pensioenuitvoerders hun pensioenregeling hebben aangepast naar één van de nieuwe contracten. Een of twee jaar eerder mag ook mits aan de randvoorwaarden wordt voldaan.
De afspraak geldt dat eventuele nadelen voor het te verwachten pensioen, ontstaan door deze nieuwe set ‘spelregels’ inclusief de invoering van een gelijke premie voor alle leeftijden, worden gecompenseerd. Dit was ook een belangrijke voorwaarde in het welslagen van de onderhandelingen. Vakbonden, werkgevers en pensioenfondsen moeten dit per sector of onderneming beoordelen en waar nodig aanvullende afspraken maken.

> Hoe krijg je duidelijkheid over wat de overgang voor jou betekent?
Als deelnemer in een pensioenregeling krijg je het persoonlijk effect te zien: de hoogte van het pensioen vóór de overstap en erna wordt in een overzicht duidelijk gemaakt. De werkgever of het pensioenfonds laat daarbij zien welke maatregelen er zijn/worden genomen om voldoende te compenseren. Het uitwerkingsakkoord regelt dat iedereen die bij pensioenfondsen zit goed en evenwichtig wordt gecompenseerd. Zowel nu als in de toekomst moeten er geen pech- en gelukgeneraties zijn.

> Waarom gaat je inleg in je oude pensioenregeling over naar jouw nieuwe pensioenregeling?
Omdat het overdragen van reeds gespaard pensioengeld in de nieuwe pensioenregeling erg helpt om dat nieuwe stelsel goed te laten functioneren, efficiënter is in de uitvoering en betere resultaten geeft voor de gehele pot worden nieuwe pensioenopbouw en de bestaande rechten zoveel mogelijk in één fonds bij elkaar gehouden. Voor dit zogenoemde ‘invaren’ van oude rechten zijn regels om te zorgen dat dit evenwichtig wordt gedaan.

> Ik ben 28 jaar. Ontvang ik straks net zoveel pensioen als mijn ouders?
Het eerlijke antwoord: dat was niet, is niet en zal ook straks niet te voorspellen zijn. Er zijn drie elementen te benoemen.

  • Ten eerste, het CNV verwacht dat met de huidige maatregelen de AOW betaalbaar kan blijven. De AOW wordt gefinancierd door de AOW-premie. Deze premie wordt betaald door de huidige werkenden voor de huidige gepensioneerden (omslagstelsel). Dat zal in de toekomst ook zo zijn.
  • Ten tweede, het CNV verwacht dat na de komende ingrijpende verbouwing het collectieve pensioenstelsel goed zal blijven kunnen functioneren. Dit stelsel is gebaseerd op kapitaaldekking. De uiteindelijke pensioenuitkering wordt bepaald door de ingelegde premies en de te behalen beleggingsrendementen. 
  • Ten derde, je kan zelf sparen voor je pensioen.

De combinatie van deze 3 elementen biedt jouw zicht op een goed pensioen. In Nederland is bijvoorbeeld de armoede onder ouderen veel geringer dan in andere landen.

> Sluit het ‘verwacht rendement’-systeem van de nieuwe pensioenregeling beter aan bij de werkelijke rendementen van de pensioenfondsen dan het huidige rekenrente-systeem?
Ja, het ‘verwacht rendement’-systeem (projectierendement) houdt rekening met de te behalen beleggingsrendementen. Het projectierendement leidt tot een bepaald verwacht pensioen, met een indicatie voor gunstige en minder gunstige scenario’s. De huidige risicovrije rekenrente (RTS) houdt geen rekening met toekomstige rendementen.  Wel is het belangrijk, dat het verwacht rendement waarmee gerekend wordt, niet te hoog wordt vastgesteld. Want uiteindelijk is de hoogte van het pensioen afhankelijk van de hoogte van de ingelegde premie en het rendement, dat daadwerkelijk behaald wordt.
Er wordt nu vanaf uit gegaan, dat de hoogte van de jaarlijkse pensioenpremie bij invoering van het nieuwe pensioenstelsel maximaal 33% mag zijn (fiscale ruimte). En dat daarboven nog ruimte is voor eventuele extra premie voor compensatie. Met deze premie moet het mogelijk zijn om na 42 jaar werken een pensioen te hebben van 80% van het loon.

> Welk voordeel mogen ouderen van de nieuwe pensioenregeling verwachten?
Het nieuwe pensioenregeling biedt ook voordelen voor ouderen. Uit CPB-berekeningen blijkt dat pensioenen met het nieuwe pensioencontract naar verwachting sneller en meer kunnen worden verhoogd dan onder het huidige pensioencontract (FTK). Dat geldt ook voor de ouderen. Het CPB heeft ook gekeken naar de mate waarin pensioenen van jaar op jaar meebewegen met de economie. Hieruit blijkt dat pensioenen sneller stijgen in goede scenario’s dan in huidig FTK en sterker dalen in slechte scenario’s.
Het moment van invoering en de situatie per fonds zullen bepalend zijn wat het uiteindelijk voor de gepensioneerden bij een fonds zal gaan betekenen.

> Ik ga eind 2021 met pensioen. Stijgt of daalt mijn pensioen door het nieuwe akkoord?
Het nieuwe pensioenstelsel verwachten we pas na 2023. Je kunt dus gewoon onder de huidige regels met pensioen gaan.

> Wat gebeurt er door het uitwerkingsakkoord met de AOW?
De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. En omdat iedereen gemiddeld ouder wordt begint de uitbetaling van de AOW ook later. Maar het snelle vertragingsproces, dat het kabinet aanvankelijk wilde, werd door het pensioenakkoord stopgezet. Die afspraak uit het pensioenakkoord wordt met het uitwerkingsakkoord definitief.
In 2020 en 2021 blijft daarom de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Per 2022 stijgt de AOW-leeftijd met 3 maanden per jaar, zodat deze in 2024 op 67 jaar uitkomt. Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd met 8 maanden per jaar dat de gemiddelde levensverwachting toeneemt (was eerder 12 maanden per jaar in de kabinetsplannen).

> Gaat de pensioenleeftijd nog verder omhoog door de coronacrisis?
Nee, de crisis heeft vooralsnog geen invloed op de pensioenleeftijd. De pensioenleeftijd is nu hoger dan AOW-leeftijd. De pensioenrichtleeftijd is nu 68 jaar. Deze blijft voorlopig ongewijzigd tot naar verwachting 2041. Volgens de pensioenkalender van vorig jaar is dan (in 2041) de AOW-leeftijd ook 68 jaar. En de pensioenrichtleeftijd mag niet lager zijn dan de AOW-leeftijd. Echter, je kan er als deelnemer altijd voor kiezen om je pensioen eerder te laten ingaan, zelfs eerder dan je AOW-leeftijd.

> Wat is afgesproken over eerder stoppen met werken en de boete die werkgevers krijgen bij een Regeling Vervroegd Uittreden (RVU)?
Als de werkgever met vakbonden in de cao een RVU-regeling afspreekt, dan hoeft de werkgever geen boete te betalen over de eerste € 21.200 per jaar. De werknemer kan dan eerder stoppen met werken, maximaal 3 jaar voor de AOW-datum. Dit geldt voor regelingen die ingaan tussen 2021 en 2025. Eerder stoppen met werk bij het bedrijf of de sector wordt dus (weer) mogelijk. Een werknemer kan de regeling aanvullen met deeltijdpensioen en gespaard verlof. Over de financiering van de regeling moet op de cao-tafel wel afspraken gemaakt worden. De subsidie vanuit de overheid hiervoor is uitgebreid van € 800 miljoen naar € 1 miljard euro. 75% van dit bedrag is beschikbaar voor eerder stoppen met werken. De andere 25% is beschikbaar voor duurzame inzetbaarheid.

> Wat is in het uitwerkingsakkoord afgesproken over verlofsparen voor je pensioen?
Per januari 2021 mogen werknemers hun bovenwettelijk verlof en overwerk opsparen om eerder met pensioen te kunnen. Dat gaat om maar liefst 100 weken, omgerekend twee volle werkjaren. In de cao moeten hierover dan wel afspraken worden gemaakt.
Volgens vakbonden, kabinet en werkgevers biedt de huidige uitwerking voldoende mogelijkheden om goede afspraken te maken tussen werknemer(s) en werkgever(s) onderling. Want ook bestaande mogelijkheden als generatiepacten en deeltijdpensioen kunnen daarbij worden ingezet.

> Heeft het uitwerkingsakkoord pensioen voor iedereen - ook zzp’ers - geregeld?
Er vallen op dit moment nog steeds werkenden (deels) buiten de pensioenboot. Daarom zijn in het pensioenakkoord ook afspraken gemaakt over het verbeteren van pensioensparen door werknemers en zzp’ers. Er is een zogenoemd Aanvalsplan beperken witte vlek opgesteld, omdat er nog te veel werknemers zijn die niet via hun werkgever pensioen opbouwen.
Het is de bedoeling dat werknemers in de uitzendsector veel sneller pensioen gaan sparen dan nu, onder druk van o.a. het CNV en de Stichting van de Arbeid. De Stichting van de Arbeid roept deze maand de sociale partners in de uitzendbranche op om de wachttijd zoveel mogelijk te beperken. De Stichting beveelt tevens aan om de uitzonderingsbepaling voor het uitzendwezen (artikel 14 lid 2 van de Pensioenwet) op te heffen en in lijn te brengen met hetgeen wettelijk is bepaald voor de andere sectoren. Dit betekent dat de wettelijk toegestane wachttijd voor het uitzendwezen wordt teruggebracht van maximaal 26 weken naar analogie van de twee maanden naar maximaal acht weken.

Voor zzp’ers wordt nog nader onderzocht hoe zij makkelijker pensioen kunnen sparen. Het ministerie en de pensioenkoepels werken nauw samen aan werkbare oplossingen.

> Wat zijn de afspraken in het uitwerkingsakkoord over nabestaandenpensioen?
Ook voor het nabestaandenpensioen zijn afspraken gemaakt, zodat dit meer gestandaardiseerd, bruikbaarder en begrijpelijker wordt en risico’s worden verkleind. Naar verwachting gaat dit in per 1 januari 2022. De huidige situatie is voor deelnemers onoverzichtelijk en vergroot daardoor de kans op geen -of een te lage- uitkering na baanwisselingen, werkloosheid of echtscheiding.

> Hoe zit het met de mogelijkheid een deel van je pensioen vrij besteedbaar op te nemen?
In het pensioenakkoord is bovendien geregeld dat mensen op hun pensioendatum eenmalig maximaal 10% van hun pensioen mogen opnemen en besteden aan een eigen gekozen doel, bijvoorbeeld versnelde afbetaling van hypotheek of studiebijdrage voor kinderen.Dit betekent natuurlijk wel dat er daarna minder pensioen overblijft. Daarom is tevens afgesproken dat hiervoor bepaalde voorwaarden gaan gelden die moeten voorkomen dat mensen te weinig pensioen overhouden. Naar verwachting gaat dit in per 1 januari 2022.