Foto van jonge man op straat die zijn tablet leest
De vakbond die verschil maakt
Betrokken en verantwoordelijk voor een maatschappelijke bijdrage
Pensioen

Alles over de nieuwe pensioenregeling voor de techniek

Werknemers in de metalektro en metaaltechniek hebben per 1 januari 2015 een nieuwe pensioenregeling. CNV Vakmensen is tevreden over het akkoord.

Waarom een nieuwe pensioenregeling?

Vanaf 2015 moeten pensioenregelingen aan strengere wettelijke eisen voldoen. Bestaande regelingen worden dus flink gewijzigd en tegelijkertijd versoberd. Met de nieuwe pensioenregeling is er nu één regeling voor de techniek. Deze regeling geldt voor werknemers van 18 jaar, die vanaf 1 januari 2015 pensioen opbouwen bij PME of PMT. 

Wat houdt de regeling in hoofdlijnen in?

  • Voor iedereen tot de salarisgrens van € 70.000 (niveau 2015) geldt een verplichte basisregeling.
  • Een vrijwillige excedentregeling is er voor salarissen tot € 100.000. 
  • Pensioenopbouw en premiebetaling lopen in de nieuwe regeling door tot de AOW-leeftijd.
  • De basisregeling is een middelloonregeling met een opbouwpercentage van 1,875% (was 1,90%).
  • Het nabestaandenpensioen bedraagt 70% van het te bereiken ouderdomspensioen: 50% wordt opgebouwd, 20% op risicobasis verzekerd.
  • De franchise wordt in vijf jaarlijkse stappen verlaagd van € 15.554 naar € 14.554. Het effect van de versobering voor de lagere en middeninkomens wordt hierdoor geheel of grotendeels opgevangen.

Wat zijn de gevolgen voor gepensioneerden?

Voor diegenen die al met pensioen zijn, heeft de invoering van de nieuwe regeling geen gevolgen. Wie met deeltijdpensioen is, behoudt dezelfde afspraken. Overigens heeft een overstap van de ene sector (metaaltechniek) naar de andere sector (metalektro) of vice versa, geen gevolg meer voor de pensioenopbouw.  

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws en vind hier het antwoord op al je vragen. Ontvang je nog geen nieuwsbrief? Schrijf je dan nu in of volg ons via Facebook.

Veelgestelde vragen

  • Wat betekent het dat de pensioenleeftijd omhoog gaat?

    De nieuwe regeling gaat uit van pensionering op 67 jaar

    De vóór 2015 opgebouwde rechten worden actuarieel neutraal omgerekend naar pensionering op 67 jaar. De waarde van de pensioenaanspraken blijft hetzelfde. Die waarde zal op 67 jaar zal hoger zijn dan op 65 jaar, omdat  het pensioen twee jaar later ingaat. Als iemand  besluit om  vervolgens op 65 jaar met pensioen te gaan, dan worden de opgebouwde rechten weer neutraal teruggerekend naar 65 jaar.  

  • Heeft de nieuwe regeling gevolgen voorde eerder opgebouwde rechten?

    De nieuwe regeling heeft geen gevolgen voor de rechten die eerder zijn opgebouwd

    De waarde van de pensioenaanspraken die tot en met 2014 zijn opgebouwd, worden door de nieuwe regeling niet aangetast. Wel worden ze omgerekend naar pensioenaanspraken op 67 jaar. Dat geldt ook voor zogenaamde slapers, mensen die niet meer pensioen opbouwen bij PME en PMT. Ook hun pensioenpotje wordt omgerekend naar pensionering op 67 jaar.

  • Kan ik nog steeds eerder stoppen met werken? Hoe zit het met VPL?

    Eerder stoppen met werken kan nog steeds

    Als iemand eerder met pensioen gaat, wordt de pensioenuitkering lager. De overgangsregelingen VPL worden door het overgaan naar de nieuwe pensioenregeling niet gewijzigd.

    De premies zijn voor de looptijd van de overeenkomst vastgesteld en worden door de werkgevers betaald. De VPL-regelingen blijven ongewijzigd ten opzichte van 2014. Daarnaast is de financiering voor de komende jaren geregeld. Eind 2020 stopt de mogelijkheid om VPL-premie fiscaal aftrekbaar te maken. Sociale Partners werken nu aan het opbouwen van een premiedepot voor VPL. Met dat depot willen Sociale Partners eind 2020 de rechten die ná 2020 in moeten gaan, in één keer financieren. Vervroegd uittreden blijft daardoor voor hen die daar nu uitzicht op hebben, ook in de toekomst een optie.

  • Waarom is de afspraak gemaakt voor vijf jaar?

    De afspraak voor de nieuwe regeling is gemaakt voor vijf jaar

    Deze afspraak geeft werknemers en werkgevers over een langere termijn zekerheid over de pensioenregeling en de premies. Op die manier is het mogelijk om de franchise in stapjes te verlagen en om voor een langere tijd tot een stabiele premie te komen. Aan het einde van deze vijf jaar zal er weer moeten worden onderhandeld over de pensioenregeling.   

  • Hoe is de stabiele premie geregeld?

    De stabiele premie wordt geregeld met een premie-egalisatiedepot

    De premie voor de basisregeling blijft de komende 5 jaar stabiel en in euro’s vrijwel op het huidige  niveau. Bij PMT gaat de premie iets naar beneden.

    Verwacht wordt dat de feitelijke premie in 2015 wat hoger zal zijn dan de kostendekkende premie. Dat verschil wordt in een premie-egalisatiedepot gestopt. Elk jaar dat er geld overblijft, wordt dat potje verder gevuld. Als er in een jaar een tekort aan premie is, kunnen de premie-inkomsten uit dit potje worden aangevuld.

    Als het premie-egalisatiedepot daar ruimte voor laat, kan het geld eventueel worden gebruikt om de pensioenen te verhogen, die onder de basisregeling zijn opgebouwd vanaf 2015.

    Als de stabiele premie is te laag en er zit onvoldoende in het potje, dan wordt de opbouw  in dat specifieke jaar verlaagd.
  • Wat verandert er voor het nabestaandenpensioen?

    Het nabestaandenpensioen gaat er in de nieuwe regeling iets anders uitzien.

    Het nabestaandenpensioen bestaat uit een pensioen na overlijden voor de partner en eventuele minderjarige wezen. Het partnerpensioen voor wie overlijdt, terwijl hij of zij nog pensioen opbouwt, bedraagt 70% van het te bereiken ouderdomspensioen.

    Een deel van dat bedrag, ter grootte van 50% van het ouderdomspensioen, wordt daadwerkelijk opgebouwd. Dat opgebouwde potje kan op de pensioendatum apart worden gezet voor partnerpensioen als de deelnemer overlijdt. Het kan ook op de pensioendatum worden ingeruild voor een hoger ouderdomspensioen, bij voorbeeld als de partner zelf voldoende inkomen heeft of de deelnemer geen partner heeft.

    Het overige deel (20% van het ouderdomspensioen) is een verzekering op risicobasis. Deze verzekering stopt op de pensioendatum of wanneer de pensioenopbouw ophoudt (bij voorbeeld omdat iemand de bedrijfstak verlaat). Het opgebouwde deel  (zie hiervoor)  blijft wel gewoon van u, ook als u de bedrijfstak verlaat. 

    Naast het stuk wat je opbouwt (en wat je mee kunt nemen als de bedrijfstak verlaat) wordt een deel op basis van een risicoverzekering geregeld. Zie het als een brandverzekering. Indien het huis in brand raakt, betaalt de verzekering uit. Breekt er geen brand uit, dan ontvang je niets. Maar ben je wel goed verzekerd geweest. Het stukje nabestaandenpensioen wat op risicobasis is verzekerd (20% van het ouderdomspensioen wat je vanaf 2015 kunt opbouwen) is er zolang je in de bedrijfstak pensioen opbouwt. Dat geldt ook als je, als gevolg van arbeidsongeschiktheid, premievrij pensioen opbouwt. Zodra je de bedrijfstak verlaat, omdat je ergens anders gaat werken, werkloos wordt of omdat je met pensioen gaat, vervalt het stukje nabestaandenpensioen op risicobasis. Alles wat je aan nabestaandenpensioen hebt opgebouwd (de 50% plus wat je uit de oude regeling al had) blijft gewoon intact. 

    Nabestaandenpensioen is er niet alleen voor je partner. Ook kinderen kunnen in aanmerking komen voor een wezenpensioen, als de werknemer overlijdt. Kijk in het pensioenreglement welke voorwaarden gelden. Wezenpensioen is altijd op risicobasis verzekerd. 


  • Overige vragen en antwoorden