Al het nieuws

Eerder stoppen met werken in het OV nog ver weg

Op 23 februari heeft er een vervolgoverleg plaatsgevonden met werkgevers. Tijdens dit overleg is veel informatie gedeeld. Aan de ene kant om inzicht te krijgen in de kosten die hiermee gemoeid zijn en aan de andere kant om een idee te hebben wat werknemers van hun pensioen naar voren moeten halen om fatsoenlijk van te kunnen leven.
Nog even waar het over gaat
In het pensioenakkoord is afgesproken dat een werkgever 3 jaar voor de AOW gerechtigde leeftijd per jaar ongeveer €22.000 boetevrij beschikbaar kan stellen om eerder te kunnen stoppen met werken. Let wel, boetevrij betekent fiscaal boetevrij voor de werkgever. De €22.000 moet echter wel opgehoest worden door de werkgever.

Kosten voor de werkgevers
Uiteraard zijn de kosten voor werkgevers van een mogelijke regeling van groot belang. Je moet dan zicht hebben op omvang van de groep die in aanmerking kan komen voor een regeling. Daarbij moet je aannames maken. Laat je iedereen in aanmerking komen, of alleen medewerkers in de sector met een zwaar beroep? Koppel je dat aan de lengte van een dienstverband of niet?
Een ander element wat ook van belang is, zijn er inverdieneffectten? Het vervangen van een oudere medewerker door een jongere, levert de eerste jaren een kostenvoordeel op. Jongere medewerkers beginnen lager op de (loon)ladder, hebben minder vrije dagen en zijn gemiddeld minder ziek. Ze zijn dus procductiever. Ook een element wat je mee moet nemen, is mogelijke boventalligheid.
Als het gaat om de kosten zeggen de werkgevers dat er nauwelijks inverdieneffecten zijn. Werknemers hoeven niet vervangen te worden omdat er de komende twee jaar een uitstroom zal plaatsvinden van ongeveer 800 fte. Dat verloop is volgens de werkgevers voldoende om boventalligheid als gevolg van een mogelijke krimp van de dienstregeling, vanwege de behoorlijke teruggang van reizigers vanwege corona, op te vangen. Stimuleren van vrijwillig vertrek is dus niet nodig.

Gevolgen voor de werknemers 
Van een RVU uitkering alleen kun je niet leven. Althans je zit dan ongeveer op 50% van je laatstverdiende inkomen. Wil je een behoorlijk inkomen hebben dan moet je wat van je ouderdomspensioen naar voren halen en dat heeft dus gevolgen voor de hoogte van je levenslang ouderdomspensioen. Met een hele grote slag om de arm, want voor iedereen is dat anders, lever je op je levenslangouderdomspensioen ongeveer 20% in. Dat is voor de een wel haalbaar, maar voor heel veel werknemers niet. Lang niet iedereen kan zich dit dus permiteren. Je zal maar een scheiding achter de rug hebben. Daarnaast is het ook afhankelijk wat je aan pensioen hebt opgebouwd.

Vervolg
Werkgevers vinden het, zoals zij aangeven, vanuit sociaal oogpunt wenselijk om tot een regeling te komen. Zij zien ook dat de stijging van de AOW leeftijd voor zware beroepen tot problemen leidt. Vanuit kostenoverwegingen is het volgens hun niet van belang. Sterker nog, gezien de financiele situatie van de bedrijven, is het niet haalbaar. Let wel dit is de boodshap van de werkgevers. Werkgevers zien het dus als loonruimte.
Op 9 maart praten we verder. Daarna is er nog een overleg gepland op 30 maart. We willen op 9 maart een betere inschatting hebben van de kosten. Daarnaast gebruiken wij de tijd om nader na te denken over de mogelijkheden. Makkelijk is het echter niet.

We houden jullie op de hoogte

Evert Jan van de Mheen           -        Vakgroepbestuurder
Lourens Banus                          -        kaderlid
Peter Janssen                           -         kaderlid
Jelmer Hoogland                      -        kaderlid