Foto van jonge man op straat die zijn tablet leest
De vakbond die verschil maakt
Bruggen bouwen, midden in de maatschappij
Kennisbank

Pensioen

Pensioen is eigenlijk ‘uitgesteld loon’. Het is bedoeld voor de periode dat iemand niet meer werkt. Je bent bijvoorbeeld ouder dan 65 of arbeidsongeschikt. Of het is inkomen voor je nabestaanden na je overlijden. Voor elke van deze situaties is er een pensioen.

  • Ouderdomspensioen: dit ontvang je als je de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt. Bijna altijd gaat dat gepaard met een beëindiging van het dienstverband of een vermindering van de wekelijkse arbeidsduur.
  • Arbeidsongeschiktheidspensioen: dit is een pensioen dat voorziet in een uitkering bij arbeidsongeschiktheid. De hoogte van het arbeidsongeschiktheidspensioen is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.
  • Nabestaandenpensioen: dit pensioen is bedoeld voor de achtergebleven partner of kinderen. Het partnerpensioen mag ten hoogste 70 procent bedragen van het te bereiken ouderdomspensioen. Voorziet de pensioenregeling niet in een partnerpensioen, dan kun je bij ontslag of op pensioendatum een deel van je ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen. Na uitruil mag het partnerpensioen niet meer bedragen dan 70 procent van het ouderdomspensioen.

Van wie krijg je pensioen?

Er zijn drie bronnen voor je pensioen: de overheid, je werk en jezelf. Ons pensioenstelsel is te vergelijken met een gebouw van drie lagen. De begane grond, de basis van het stelsel, is het pensioen van de overheid (AOW, ANW, WIA). We noemen dit wel de eerste pijler van het pensioenstelsel.

De tweede pijler is de tweede laag van het pensioengebouw. Het is het pensioen dat je opbouwt bij je werkgever(s). Dit werknemerspensioen wordt ook wel ‘aanvullend pensioen’ genoemd. Het is een aanvulling op wat je van de overheid krijgt. Je krijgt het alleen als je hebt gewerkt en je werkgever ook een pensioenregeling had waaraan je mee hebt gedaan.

De derde en bovenste laag van het pensioengebouw, daar zorg jezelf voor. Denk aan lijfrenteverzekeringen, maar ook aan spaargeld, aandelen en andere vormen van vermogen, zoals een eigen huis of bedrijf.

Pensioenfondsbeheer

Pensioenfondsen staan, gezien de grote vermogens die zij beheren, in het middelpunt van de maatschappelijke belangstelling. De overheid wil dat pensioenfondsbesturen meer verantwoording afleggen over het gevoerde beleid en dat er intern toezicht komt. De Stichting van de Arbeid (StAr) heeft in 2005 de Principes voor Goed Pensioenfondsbestuur, ook wel Pension Fund Governance (PFG) genoemd, uitgebracht.

Hiermee heeft de StAr voldaan aan het  verzoek van de Minister van SZW om op basis van ‘zelfregulering’ uitvoering te geven aan eigentijdse eisen van goed pensioenfondsbestuur. Het gaat  om zorgvuldig, transparant en deskundig bestuur, het afleggen van verantwoording en het vormgeven van intern toezicht. De principes van de StAr zijn per 1 januari 2006 van kracht geworden. De Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB) heeft de principes van een uitgebreide handleiding voorzien. 

Pensioenkijker

Op de website van de Stichting Pensioenkijker.nl vind je objectieve en niet-commerciële informatie over pensioen en AOW. Tientallen pensioentermen worden op een begrijpelijke manier uitgelegd en je vindt er de antwoorden op veelgestelde vragen.

De Stichting Pensioenkijker.nl wil het pensioenbewustzijn van de Nederlander vergroten. Het CNV is een van de deelnemende organisaties.

Ga naar de website: www.pensioenkijker.nl >>