Foto van jonge man op straat die zijn tablet leest
De vakbond die verschil maakt
Bruggen bouwen, midden in de maatschappij
Kennisbank

Arbeidstijdenwet: bereikbaarheidsdienst, consignatie en aanwezigheidsdienst

Er gelden speciale regels voor het geval je niet op de werkplek aanwezig bent en je werkgever je bij onvoorziene omstandigheden oproept. In de Arbeidstijdenwet heet dit consignatie. Vergelijkbaar met consignatie is de bereikbaarheidsdienst. In beide gevallen hoef je niet op de werkplek aanwezig te zijn. Bij de aanwezigheidsdienst is dit wel het geval.

Bereikbaarheidsdienst

Bereikbaarheidsdiensten komen alleen voor in de zorgsector. Alleen wanneer er in de betreffende cao afspraken over zijn gemaakt, mag de regeling voor bereikbaarheidsdiensten worden gebruikt.

  • Een bereikbaarheidsdienst duurt maximaal 24 uur. In die periode moet je thuis of op je werk bereikbaar zijn zodat je bij een oproep aan het werk kan gaan.
  • De periode waarin je kunt worden opgeroepen geldt niet automatisch als arbeidstijd. Wordt je daadwerkelijk opgeroepen en moet je aan het werk, dan telt dit wel als arbeidstijd. Voor een oproep staat minimaal een half uur arbeidstijd.

Consignatie

Storingsdiensten, pieperdienst of onderhoudsdiensten; het zijn een aantal voorbeelden van oproepdiensten die in de Arbeidstijdenwet consignatie heten. Let er op dat wanneer je wordt opgeroepen, dit niet geldt als een onderbreking van de dagelijkse of wekelijkse rusttijd. Wordt je ’s nachts opgeroepen, dan telt dit niet als nachtdienst. Bij consignatie gelden de volgende regels:

  • Per 24 uur mag je niet langer dan 13 uur werken. Dit is inclusief de uren die voortkomen uit oproepen.
  • Per 4 weken mag je maximaal 14 dagen oproepbaar zijn.
  • Per 4 weken moet je minimaal tweemaal 2 aaneengesloten dagen niet werken en ook niet oproepbaar zijn.
  • Direct voor en na een nachtdienst mag je niet oproepbaar zijn. Dit mag tot 11 uur voor een nachtdienst en pas weer vanaf 14 uur erna.
  • Als je binnen 16 weken 16 keer of meer oproepbaar bent tussen 00.00 uur en 06.00 uur, mag je niet meer dan gemiddeld 40 uur per week werken binnen die 16 weken. Als uitzondering mag je onder voorwaarden binnen de 16 weken gemiddeld 45 uur per week werken. Na je laatste nachtoproep moet je dan direct 8 uur aaneengesloten rust en ben je niet oproepbaar. Is dat niet mogelijk, dan moet je in ieder geval dezelfde dag nog (dus voor 00.00 uur) 8 uur aaneengesloten rusten.

Aanwezigheidsdienst

Anders dan bereikbaarheidsdienst en consignatie is de aanwezigheidsdienst, waarbij je wel op je werkplek moet zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in de zorg of bij de brandweer. Voor aanwezigheidsdienst gelden aparte regels. Werken in aanwezigheidsdienst mag alleen als het soort werk dat noodzakelijk maakt. Bovendien moet het werken in aanwezigheidsdiensten in een collectieve regeling (cao) zijn afgesproken. De aanwezigheidsdienst is ook opgenomen in het Arbeidstijdenbesluit.

Werk je niet regelmatig in aanwezigheidsdiensten, dan gelden voor jou de gewone regels uit de Arbeidstijdenwet. Werk je juist regelmatig in aanwezigheidsdienst, dan gelden de volgende regels:

  • Direct voor en na een aanwezigheidsdienst mag je minimaal 11 uur niet werken. Per week mag deze rust 1 keer ingekort worden tot 10 uur en 1 keer tot 8 uur, als de aard van het werk of de bedrijfsomstandigheden dit nodig maken en dit collectief is afgesproken. Beide inkortingen mogen niet direct achter elkaar worden toegepast en moeten dus worden verspreid over de week.
  • Een ingekorte rust tussen twee diensten moet in de daaropvolgende rustperiode worden gecompenseerd. Na een inkorting van de rust moet in dat geval de eerste daaropvolgende rustperiode worden verlengd met de gemiste uren.
  • In elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren bedraagt de rusttijd minstens 90 uren. Die rusttijd moet minstens omvatten een onafgebroken rustperiode van ten minste 24 uren, alsook vier onafgebroken rustperioden van ten minste 11 uren, een onafgebroken rustperiode van ten minste 10 uren, en een onafgebroken rustperiode van ten minste 8 uren, waarbij onafgebroken rustperioden aaneengesloten kunnen zijn.
  • Een aanwezigheidsdienst mag niet langer dan 24 uur duren, inclusief wacht- of slaapuren.
  • In 26 weken mag je maximaal 52 keer in een aanwezigheidsdienst werken.
  • Alle uren binnen een aanwezigheidsdienst - het eventueel ingeroosterde werk, het werk uit oproep en de uren van verplicht aanwezig zijn - tellen als arbeidstijd.
  • In een periode van 16 weken mag je ten hoogste gemiddeld 48 uur per week werken.
  • Je kunt in overleg met je werkgever ook gebruikmaken van de ‘maatwerkconstructie’ of opt-out. Hij mag dan samen met jou een regeling treffen om tot 60 uur per week te werken. Indien je hiermee akkoord gaat moet je hier schriftelijk mee instemmen.
  • De schriftelijke instemming geldt voor een periode van 26 weken en wordt steeds stilzwijgend verlengd voor eenzelfde periode, tenzij je uitdrukkelijk aangeeft dat je het met die stilzwijgende verlenging niet eens bent.

Weten wat je rechten zijn?

Als lid van CNV Vakmensen krijg je rechtshulp >>

Veelgestelde vragen over werktijden

  • Is mijn pauze in de Arbeidstijdenwet geregeld?

    Ja, zowel het aantal pauzes als de duur daarvan

    Werk je langer dan 5,5 uur, dan heb je volgens de wet minimaal 30 minuten pauze. Die mag worden gesplitst in twee keer een kwartier. Werk je meer dan 10 uur, dan is de pauze minstens 45 minuten. Die mag worden gesplitst in meer pauzes van minimaal een kwartier. In sommige cao’s staan afspraken over minder pauzes. Maar als je langer dan 5,5 uur werkt, heb je in ieder geval recht op 15 minuten pauze.

    Over het aantal pauzes en tijdstip(pen) van pauzes kun je met je werkgever afspraken maken. Pauzes maken geen deel uit van je werktijd. Je werkgever hoeft je dan ook niet tijdens je pauze door te betalen, behalve wanneer dit in je cao anders is aangegeven. 

  • Zegt de Arbeidstijdenwet iets over rusttijd en een langere werkweek?

    Rusttijden tussen twee periodes zijn bij wet geregeld

    Na een werkdag mag je 11 aaneengesloten uren niet werken. Wel mag deze rustperiode eens in de 7 dagen ingekort worden tot 8 uur als de aard van het werk of de omstandigheden dit nodig maken.

    Na een werkweek mag je 36 aaneengesloten uren niet werken. Eindigt je werkweek dus op zaterdag om 16.00 uur, dan mag je maandag om 04.00 uur pas weer aan het werk gaan.

    Een langere werkweek maken mag, maar alleen wanneer je in een periode van 14 dagen minimaal 72 uur aaneengesloten niet werkt. Die rusttijd mag je dan wel opsplitsen in twee perioden van minimaal 32 uur. Bijvoorbeeld twee keer 36 uur, of 32 en 40 uur.

  • Werken op zondag. Hoe zit dat?

    Wanneer je geen aparte afspraak met je werkgever hebt, hoef je niet op zondag te werken

    Een van de uitgangspunten van de wet is dat je op zondag niet hoeft te werken, tenzij je werkgever dit met je heeft afgesproken. Hij mag dit overigens alleen doen als het soort werk dit noodzakelijk maakt. Bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, horeca, bepaalde fabrieken of bij de politie of brandweer. Ook kunnen de bedrijfsomstandigheden zondagswerk noodzakelijk maken. In dat geval moet je werkgever eerst met de ondernemingsraad overeenstemming bereiken. Bovendien moet je ook zelf hiermee instemmen. Werk je wel eens op zondag, dan heb je tenminste 13 vrije zondagen per jaar. In een cao kan zijn afgesproken dat dit minder dagen zijn, maar ook daar moet je zelf mee instemmen.