Foto van jonge man op straat die zijn tablet leest
De vakbond die verschil maakt
Bruggen bouwen, midden in de maatschappij
Kennisbank

Wat is het verschil tussen consignatie, bereikbaarheidsdienst en aanwezigheidsdienst?

In sommige beroepen moeten werknemers in hun vrije tijd er zijn voor hun werk. Omdat er bijvoorbeeld een spoedgeval is. Ze zijn dan oproepbaar. In de wet zijn regels opgenomen voor deze type oproepdiensten.

Soorten oproepdiensten

Als je beschikbaar moet blijven voor je werk in je vrije tijd voor spoedgevallen, gelden er speciale regels voor je werktijden. Deze regels staan in de Arbeidstijdenwet. Er zijn drie soorten oproepdiensten:

  • consignatiedienst
  • beschikbaarheidsdienst
  • aanwezigheidsdienst

Wel of niet op de werkplek zijn

Bij een consignatiedienst en beschikbaarheidsdienst moet je kunnen werken als het moet, maar hoef je niet op je werkplek te wachten. Bij de aanwezigheidsdienst moet je wel op je werkplek zijn, ook al hoef je misschien niet eens te werken. Meer over de verschillen tussen deze diensten lees je hieronder.

Wat is consignatie?

Consignatie betekent dat je voor je baan in je vrije tijd opgeroepen kunt worden om te gaan werken. De reden hiervoor is dat er bijvoorbeeld een spoedgeval is. Na een oproep ga je dus zo snel mogelijk aan het werk. Een voorbeeld is de slotenmaker die in het weekend een slot vervangt.

Regels voor de werktijden tijdens een consignatiedienst

Consignatiedienst is een ander woord voor oproepdienst. Ook daar zijn weer andere woorden voor, zoals storingsdiensten, servicedienst of onderhoudsdienst. In de Arbeidstijdenwet staan regels voor de werktijden tijdens een consignatiedienst:

  • Je mag niet meer dan 13 uur per 24 uur werken. Het gaat dan om de uren waarbij je wacht op een oproep en de uren dat je werkt na een oproep.
  • Je mag binnen 4 weken niet meer dan 14 dagen een consignatiedienst hebben.
  • Je moet binnen 4 weken 2 keer 2 dagen achter elkaar niet werken en ook geen oproepdienst hebben.

Regels voor de werktijden tijdens consignatiediensten ’s nachts

Heb je nachtdienst? Dan mag je de dag ervoor en erna niet meteen een consignatiedienst hebben. Tot 11 uur voor je nachtdienst en pas 14 uur na je nachtdienst mag je weer een consignatiedienst hebben. Verder moet je letten op deze regels:

  • Als je binnen 16 weken 16 keer of meer oproepbaar bent tussen 00.00 uur en 06.00 uur, mag je maximaal 40 uur per week werken.
  • Soms mag je binnen 16 weken maximaal gemiddeld 45 uur per week werken. Dit mag alleen als je na je laatste nachtoproep 8 uur vrij bent of op de dag van de nachtdienst 8 uur vrij bent geweest vóór 00.00 uur.

Wat is een bereikbaarheidsdienst?

Beschikbaarheidsdiensten lijken op consignatiediensten. Het verschil is dat alleen mensen die in de zorg werken bereikbaarheidsdiensten hebben. Een ander verschil is dat de beschikbaarheidsdienst niet alleen voor spoedgevallen geldt. Een voorbeeld is de verloskundige. In deze baan ben je altijd oproepbaar, ook als er geen spoed is.

Regels voor de werktijden tijdens een beschikbaarheidsdienst

  • Een bereikbaarheidsdienst duurt maximaal 24 uur. In die periode moet je thuis of op je werkplek bereikbaar zijn om te gaan werken.
  • Alleen als je moet werken, krijg je betaald. De tijd dat je bereikbaar bent, maar niet werkt, telt dus niet als werktijd. Voor elke oproep krijg je minimaal een half uur uitbetaald.
  • Je mag twee bereikbaarheidsdiensten achter elkaar draaien, maar dan moet je minstens 11 uur vrij zijn tussen de twee diensten.
  • Soms mag je minder lang vrij zijn. In de wet staat dat je 1 keer per week minimaal 10 uur vrij moet zijn tussen twee diensten. Ook mag je 1 keer in de week minimaal 8 uur vrij zijn.
  • In één week mag je niet meer dan 3 beschikbaarheidsdiensten draaien. Per 16 weken mag je niet meer dan 32 diensten draaien. Dat zijn er gemiddeld 2 per week binnen 4 maanden.

Wil je meer weten over beschikbaarheidsdiensten in de zorg? De overheid heeft de specifieke regels (pdf) voor je op een rij gezet.

Wat is een aanwezigheidsdienst?

Bij een aanwezigheidsdienst moet je op je werkplek aanwezig zijn voor een mogelijke oproep. Een aanwezigheidsdienst wordt ook wel een slaapdienst genoemd. Bijvoorbeeld in de zorg of bij de brandweer bestaan zulke diensten.

Aanwezigheidsdienst hoort bij de baan

Werken in aanwezigheidsdienst mag alleen als dat hoort bij de baan. Ook moeten er afspraken over aanwezigheidsdiensten zijn gemaakt in een cao. Regels voor de aanwezigheidsdienst staan in het Arbeidstijdenbesluit.

Regels voor de werktijden tijdens een aanwezigheidsdienst

Werk je niet regelmatig in aanwezigheidsdiensten, dan gelden voor jou de gewone regels uit de Arbeidstijdenwet. Werk je juist regelmatig in aanwezigheidsdienst, dan gelden deze regels:

  • Voor en na een aanwezigheidsdienst mag je minimaal 11 uur niet werken. Per week mag deze rust 1 keer worden ingekort tot 10 uur en 1 keer tot 8 uur. Dit kan alleen als hierover een afspraak staat in de cao of als het nodig is voor je baan. Het inkorten van de rust mag niet achter elkaar gebeuren.
  • Heb je korter dan 11 uur rust gehad, dan moet je werkgever dit goedmaken met je volgende rust. De volgende rust duurt dan langer. Stel dat je 2 uur minder rust hebt gehad, dan is je volgende rust juist 2 uur langer.
  • Binnen één week werken moet je minimaal 90 uren vrij zijn om uit te rusten. Voor de rusttijd van 90 uur gelden deze regels:

    • Je moet minstens 1 hele dag (24 uur) vrij zijn.
    • Je moet minstens 4 keer 11 uur of langer vrij zijn.
    • Je mag maar 1 keer 10 uur of langer vrij zijn.
    • Je mag maar 1 keer 8 uur of langer vrij zijn.
    • De rustperiodes mogen achter elkaar zijn ingepland.
  • Een aanwezigheidsdienst mag niet langer dan 24 uur duren, inclusief wacht- of slaapuren.
  • In 26 weken mag je maximaal 52 keer in een aanwezigheidsdienst werken. Dat zijn gemiddeld 2 aanwezigheidsdiensten per week binnen 6 maanden.
  • Alle uren binnen een aanwezigheidsdienst tellen als werktijd en krijg je dus uitbetaald.
  • In een periode van 16 weken mag je maximaal 48 uur per week werken.
  • Je mag met je baas afspreken dat je 60 uur per week werkt. Deze afspraak moet wel op papier staan. Dit heet ‘schriftelijk instemmen’.
  • De schriftelijke instemming is voor 26 weken. Daarna wordt je instemming automatisch nog eens 26 weken verlengd. Wil je dat niet, geef dan meteen bij je baas aan dat je het niet eens bent met de verlenging.

Veelgestelde vragen over werktijden

  • Is mijn pauze in de Arbeidstijdenwet geregeld?

    Ja, zowel het aantal pauzes als de duur daarvan

    Werk je langer dan 5,5 uur, dan heb je volgens de wet minimaal 30 minuten pauze. Die mag worden gesplitst in twee keer een kwartier. Werk je meer dan 10 uur, dan is de pauze minstens 45 minuten. Die mag worden gesplitst in meer pauzes van minimaal een kwartier. In sommige cao’s staan afspraken over minder pauzes. Maar als je langer dan 5,5 uur werkt, heb je in ieder geval recht op 15 minuten pauze.

    Over het aantal pauzes en tijdstip(pen) van pauzes kun je met je werkgever afspraken maken. Pauzes maken geen deel uit van je werktijd. Je werkgever hoeft je dan ook niet tijdens je pauze door te betalen, behalve wanneer dit in je cao anders is aangegeven. 

  • Zegt de Arbeidstijdenwet iets over rusttijd en een langere werkweek?

    Rusttijden tussen twee periodes zijn bij wet geregeld

    Na een werkdag mag je 11 aaneengesloten uren niet werken. Wel mag deze rustperiode eens in de 7 dagen ingekort worden tot 8 uur als de aard van het werk of de omstandigheden dit nodig maken.

    Na een werkweek mag je 36 aaneengesloten uren niet werken. Eindigt je werkweek dus op zaterdag om 16.00 uur, dan mag je maandag om 04.00 uur pas weer aan het werk gaan.

    Een langere werkweek maken mag, maar alleen wanneer je in een periode van 14 dagen minimaal 72 uur aaneengesloten niet werkt. Die rusttijd mag je dan wel opsplitsen in twee perioden van minimaal 32 uur. Bijvoorbeeld twee keer 36 uur, of 32 en 40 uur.

  • Werken op zondag. Hoe zit dat?

    Wanneer je geen aparte afspraak met je werkgever hebt, hoef je niet op zondag te werken

    Een van de uitgangspunten van de wet is dat je op zondag niet hoeft te werken, tenzij je werkgever dit met je heeft afgesproken. Hij mag dit overigens alleen doen als het soort werk dit noodzakelijk maakt. Bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, horeca, bepaalde fabrieken of bij de politie of brandweer. Ook kunnen de bedrijfsomstandigheden zondagswerk noodzakelijk maken. In dat geval moet je werkgever eerst met de ondernemingsraad overeenstemming bereiken. Bovendien moet je ook zelf hiermee instemmen. Werk je wel eens op zondag, dan heb je tenminste 13 vrije zondagen per jaar. In een cao kan zijn afgesproken dat dit minder dagen zijn, maar ook daar moet je zelf mee instemmen.