Foto van jonge man op straat die zijn tablet leest
De vakbond die verschil maakt
Betrokken en verantwoordelijk voor een maatschappelijke bijdrage
Beroepsgoederenvervoer

‘Chauffeurs zijn niet slechts radertjes in een productieproces’

De zelfrijdende vrachtwagen komt er voorlopig niet, een goed gesprek tussen jou en je baas is hét middel om regie te houden op je werk en ontwikkeling van medewerkers is belangrijker dan ooit.

Eigenlijk zijn Piet Fortuin, voorzitter van CNV Vakmensen, en Willem de Vries, directeur van het Sectorinstituut Transport en Logistiek, het roerend met elkaar eens. In chauffeurscafé De Tweede Steeg in Amersfoort delen ze hun visies over de ontwikkelingen in het beroepsgoederenvervoer met elkaar.

Hoe ziet de sector er over een jaar of 15 uit?

Willem: ‘De vraag naar distributie blijft groot, maar ik zie auto’s niet onbemand rondrijden. Ze zullen wel zelf binnen de lijntjes kunnen sturen, zelf op tijd stoppen en uiteraard CO2-neutraal zijn. Maar er zit altijd iemand op en distributie wordt nog meer just-in-time. De arbeidsmarkt voor transport en logistiek blijft daarom groot.’
Piet: ‘Ben ik met je eens. Onbemande vrachtwagens ga je niet zien. Wel van die karavaantjes, waarbij misschien niet in elke unit meer een chauffeur zit, maar er wel altijd iemand is die meestuurt. In de logistieke stromen weet ik het nog niet. Ik zie dat veel productie plaatsvindt dichtbij waar de mensen wonen. Daarom denk ik niet dat wij alles door Europa blijven heen slepen. Maar wel dat de werkgelegenheid blijft.’

Willem: ‘Ik denk dat het geen probleem is die werkgelegenheid in te vullen. Hoewel we nu kampen met een chauffeurstekort, heb je veel zij-instromers. Als je mensen bovendien het perspectief van een aantal jaar werk en dus inkomenszekerheid kunt bieden, blijf je als sector aantrekkelijk.’
Piet: ‘De werkgelegenheid verschuift bovendien. In de toekomst krijgen chauffeurs misschien wel taken erbij. Hoe gaat de sector daarmee om? Wachten we totdat de markt erom vraagt of gaan we vooruit reageren?’
Willem: ‘Het is net patat bakken. Dat doe je pas op het moment dat het geconsumeerd wordt.’
Piet: ‘Ben je dan niet te laat?’
Willem: ‘De ontwikkelingen gaan geleidelijk. Bijvoorbeeld de wagens die nu gebouwd worden. Die blijven zeker 10 jaar rijden. Daar is goed op in te spelen.’

Wat doet de toenemende vraag naar ontime delivery met de inzetbaarheid van chauffeurs?

Piet: ‘Als alle producten binnen 24 uur geleverd moeten worden, is het maar de vraag of dat systeem overeind blijft. Veel bestellingen kun je bovendien makkelijk vooruit plannen. Als ik een boek koop, hoef ik die niet per se de volgende dag in huis te hebben. Producenten en fabrieken die geen voorraadcapaciteit hebben snap ik wel. Maar ik pleit er wel voor dat aan ontime bezorging richting consumenten een prijs komt te hangen. Geen gratis verzending meer.’
Willem: ‘Ik ben het helemaal met je eens. Ik denk ook dat we naar andere distributiesystemen moeten kijken. Je kan bijvoorbeeld plaatselijke centra opzetten waar pakketten eerst naar toe gaan voordat je ze lokaal verder verspreidt. Daar komt bij dat ik vind dat chauffeurs en bezorgers heel goed zelf moeten kunnen plannen wanneer ze wel en niet werken. Wat je ziet is dat veel mensen geen grip meer hebben op hun werk. Ze hebben te weinig invloed op hun planning en soms ook geen goed contact met hun baas. Als werkgevers en werknemers met elkaar in gesprek zijn, ontstaat er een veel betere verstandhouding en komen ze voor elkaar op.’

Piet: ‘Klopt. Uit allerlei rapporten blijkt dat steeds meer mensen last van stress hebben omdat ze de regie over hun werk kwijt zijn. Een chauffeur is niet slechts een radertje in een productieproces, het is een mens die ook een privéleven heeft. Je moet samen het gesprek voeren over inzetbaarheid, 24/7 beschikbaar zijn is daarbij geen optie.’
Willem: ‘Als sectorinstituut draaien we daar ook een project op. Dat werkt fantastisch. Je ziet het ziekteverzuim dalen en planningen beter worden.’
Piet: ‘Met een mooi woord noemen we dat sociale innovatie. Bedrijven die daar niet aan meedoen raken hun personeel kwijt. Helaas hoor ik vaak dat er helemaal geen tijd is voor dat soort gesprekken. Het is druk en er moet gereden worden.’
Willem: ‘Ik herken dat wel. Maar ook die bedrijven zullen erachter komen dat als ze goed voor hun medewerkers zorgen, ze daar de vruchten van plukken.’

(Lees verder onder de foto)

Hoe belangrijk is persoonlijke ontwikkeling van de medewerkers in de sector? En hoe kan je die het best faciliteren?

Willem: ‘Ontwikkeling is heel belangrijk. Via ons opleidingsfonds SOOB ondersteunen we alle medewerkers in de sector in hun ontwikkeling. Met financiering en advies.’
Piet: ‘En als er nou een chauffeur komt die geschoold wil worden voor werk buiten de sector?’
Willem: ‘Dat is geen probleem. Hij heeft toegang tot het opleidingsfonds, wat betekent dat er geld voor hem of haar beschikbaar is om een opleiding te volgen.’
Piet: ‘Weet je wat wel een beetje het probleem is? Een heleboel sectoren verzorgen opleidingstrajecten in hun eigen kolom. Maar er is geen verbinding tussen die kolommen.’
Willem: ‘SOOB-geld is geld van de sector. Deels van de werknemers, dus daar moet het ook weer terechtkomen. Als mensen buiten de sector geplaatst willen worden of ze willen bemiddeld worden, dan kan dat.’

Piet:
‘Het CNV is een groot voorstander van de Leerrekening. Een eigen rekening waarop geld gestort wordt vanuit de cao, fondsen of door de werkgever. Werknemers beslissen zelf voor welke scholing ze het gaan inzetten. Ze hebben zelf de regie; het is hun geld. Wat vind je van zoiets?’
Willem: ‘Ik vind ook dat iedereen in staat gesteld moet worden om zichzelf te scholen. Maar veel mensen hebben ook hulp en begeleiding nodig bij het kiezen van de juiste opleiding. En hoe ze daar toegang toe krijgen.’
Piet: ‘Ook achter de Leerrekening zit dienstverlening en bovendien een grote opleidingscatalogus. We helpen mensen met het maken van keuzes.’

Willem:
‘Bij SOOB is het voordeel dat werknemers en werkgevers allebei geld in het fonds storten, wat gezamenlijke verantwoordelijkheid betekent. Ook werkgevers kunnen initiatief nemen als ze denken dat een werknemer met wat scholing meer kan dan hij nu doet. Die begeleiding vanuit de werkgever vind ik cruciaal.’
Piet: ‘Wordt het daarmee niet juist een instrument van het bedrijf? Het CNV wil graag dat werknemers zelf de keuze kunnen maken. Niet hun baas.’
Willem: ‘We vragen altijd aan de werknemer of hij of zij er zelf voor heeft gekozen. Het moet dus altijd een vrije keuze zijn. Als goed werkgever, en ik ben van mening dat bijna alle werkgevers in onze branche goede werkgevers zijn, moet je altijd bereid zijn mensen te helpen en te begeleiden.’






Willem de Vries, directeur van het Sectorinstituut Transport en Logistiek: ‘Werkgevers die goed voor hun mensen zorgen, plukken daar de vruchten van’

 


Piet Fortuin, voorzitter van CNV Vakmensen: ‘24/7 beschikbaar zijn is geen optie’