Vitaliteitsrekening
Vitaliteitsrekening
Het idee
Werknemers krijgen steeds meer zelf de verantwoordelijkheid om duurzaam en met plezier inzetbaar te blijven. Om deze verantwoordelijkheid te nemen, krijgen ze ook de beschikking over een persoonlijke ‘vitaliteitsrekening’. Deze rekening kunnen ze ook meenemen naar een nieuwe werkgever. Met behulp van die rekening zullen werknemers steeds vaker hun eigen behoefte aan personeelsbeleid samenstellen.
Hoe werkt het?
In de cao worden naast loonafspraken ook afspraken gemaakt over een belastingvrije storting op een persoonlijke vitaliteitsrekening. Met deze rekening kunnen werknemers zelf scholing of tijd inkopen, met als doel om vitaal op de arbeidsmarkt actief te kunnen blijven. In de vitaliteitsrekening kunnen ook kortingsafspraken worden gemaakt met sportverenigingen, gesponsord door de werkgever.
Fiscale behandeling
De fiscale behandeling is afhankelijk van het doel waarvoor het wordt gebruikt. Het gebruik van de regeling voor scholing en ontwikkeling zal fiscaal vriendelijker worden behandeld dan het opnemen van tijd voor een sabbatical. Het opnemen in geld voorafgaand aan pensionering, zonder dat er tijd of ontwikkeling mee wordt ingekocht, zal ook fiscaal belast worden.
Vitaliteitsrekening
De vitaliteitsrekening geeft werknemers ook de kans om te sparen voor een overstap op de arbeidsmarkt. Bovenop de sociale zekerheid kunnen ze dan hun inkomen aanvullen vanuit de vitaliteitsrekening. De ontslagvergoedingen krijgen dan vorm van een individueel spaarsysteem. Sociale plannen focussen zich op het van werk naar werk begeleiden van medewerkers.
Wat zijn de voordelen?
Werknemers staan zelf aan het roer. Ze worden minder afhankelijk van het personeelsbeleid van de werkgever waar ze op dat moment ‘toevallig’ zitten. De werknemers vinden in CNV Vakmensen een partner die hen ondersteunt bij het beheren en besteden van de vitaliteitsrekening. De vitaliteitsrekening draagt bij aan volwassen arbeidsrelaties tussen werkgever en werknemers. Een vitaliteitsrekening zorgt er ook voor dat de investeringen bij iedereen (inclusief flexwerkers) terechtkomen en niet alleen bij een exclusief deel van de werknemers.

